BUITENPOST – Er gaan ook in Fryslân miljoenen extra naar agrarisch natuurbeheer. Maar waar moet dat geld naartoe? Daar moet nu door zeven agrarische collectieven over worden nagedacht. Zo schrijft Omrop Fryslân.
Tekst loopt door onder video
De agrarische collectieven vertegenwoordigen boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen. Het is nu zo geregeld dat er landelijk middels het stelsel Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLB) jaarlijks 120 miljoen euro beschikbaar is. In 2026 gaat dat omhoog naar 500 miljoen euro.
Fryslân heeft ruim tweeduizend boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen. Ze zorgen er in hun werk voor dat de kwaliteit van natuur en landschap wordt verbeterd. Bijvoorbeeld door slootkanten niet te maaien of boomwallen te onderhouden.
Deze boeren zijn verenigd in zeven collectieven verspreid over de hele provincie: Coöperatieve Vereniging Súdwestkust, Elan Zuidoost Friesland, ANC Westergo, Noardlike Fryske Wâlden, Agrarisch Collectief Waadrâne, Agrarische Natuurvereniging Waddenvogels en Gebiedscoöperatie It Lege Midden.
De boeren krijgen er meestal een kleine vergoeding voor. Met het half miljard dat het kabinet-Schoof er nu voor wil uittrekken, zou het een beter verdienmodel kunnen worden. Dat geld is met name voor boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen, zoals weidevogelbeheer of het onderhouden van het landschap. Denk dan aan dat van de Noardlike Fryske Wâlden. Er gaan ook in Fryslân miljoenen extra naar agrarisch natuurbeheer. Maar waar moet dat geld naartoe? Daar moet nu door zeven agrarische collectieven over worden nagedacht.
De agrarische collectieven vertegenwoordigen boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen. Het is nu zo geregeld dat er landelijk middels het stelsel Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLB) jaarlijks 120 miljoen euro beschikbaar is. In 2026 gaat dat omhoog naar 500 miljoen euro.
Fryslân heeft ruim tweeduizend boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen. Ze zorgen er in hun werk voor dat de kwaliteit van natuur en landschap wordt verbeterd. Bijvoorbeeld door slootkanten niet te maaien of boomwallen te onderhouden.
Deze boeren zijn verenigd in zeven collectieven verspreid over de hele provincie: Coöperatieve Vereniging Súdwestkust, Elan Zuidoost Friesland, ANC Westergo, Noardlike Fryske Wâlden, Agrarisch Collectief Waadrâne, Agrarische Natuurvereniging Waddenvogels en Gebiedscoöperatie It Lege Midden.
De boeren krijgen er meestal een kleine vergoeding voor. Met het half miljard dat het kabinet-Schoof er nu voor wil uittrekken, zou het een beter verdienmodel kunnen worden. Dat geld is met name voor boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen, zoals weidevogelbeheer of het onderhouden van het landschap. Denk dan aan dat van de Noardlike Fryske Wâlden.
Het verdelen van dat extra geld kost ook weer geld. Mede daarom is er dit jaar al vijftig miljoen euro extra beschikbaar. Dat is geregeld na een motie van het Tweede Kamerlid Pieter Grinwis (CU). Wat die uitbreiding betreft, zijn er nu al wachtlijsten met boeren bij verschillende agrarische collectieven. Ook zijn er mensen die graag meer dan nu willen doen.
“We zijn daar al wat op aan het voorsorteren”, zegt gebiedsregiseur Akker- en Weidevogels Sies Krap van agrarisch collectief de Noardlike Fryske Wâlden.
Krap en consorten hebben in de gruttokring Buitenpost-Kollum al geïnventariseerd wat de boeren daar voor ogen hebben. Die willen graag meer doen dan nu, bijvoorbeeld inzetten op aanleg van extra ‘plas-dras’-gebieden of een hoger waterpeil.
Dat vraagt wel wat van een organisatie, weet Marjo Metz. Zij is de nieuwe voorzitter van de koepelorganisatie van de collectieven: BoerenNatuur Fryslân. Als alle boeren die hierdoor in beweging komen zich melden, “kunnen wij dat op dit moment niet aan”, zegt ze. “Want er komt meer bij kijken dan alleen een soort ‘intakeformulier’ invullen. “De precieze voorwaarden waaronder het extra geld wordt verdeeld, zijn er nog niet. Ook is nog niet bekend hoeveel geld er naar Fryslân komt.
“Er is nog veel onduidelijk”, vindt ook Metz. “We hebben allemaal de brief van minister Wiersma van Landbouw kunnen lezen, maar er moet nog veel worden besloten in de voorjaarsnota van het Rijk.”
De kans bestaat dat de groei van het Agrarisch Natuurbeheer in 2026 nog onder de huidige voorwaarden en afspraken verder gaat; het is te kort dag voor grote veranderingen. Want als er al meer duidelijk is, dan moeten de landelijke veranderingen namelijk ook worden omgezet in provinciaal beleid.
Dat kan betekenen dat de groei van het agrarisch natuurbeheer voorlopig gebeurt in de huidige, kansrijke gebieden. Buiten die gebieden kunnen boeren in de hele provincie wel meedoen aan nieuwe beheerpakketten voor klimaat en water.
Uit een enquête onder de leden van de Agrarische Jongeren Friesland bleek onlangs dat een grote meerderheid openstaat voor agrarisch natuurbeheer. Een van de boeren die graag mee wil doen, is Hanneke Jellema uit Loënga met een biologisch melkveebedrijf. Op de zogenaamde stippenkaart van haar BFVW-nazorger staan er afgelopen lente behoorlijk wat nesten ingetekend van kieviten, grutto’s, tureluurs en een enkele bergeend.
Dat is geen toeval, maar het resultaat van jarenlang rekening houden met de weidevogels. Jellema: “Ik voldoe aan heel veel voorwaarden zoals vaste mest, het beheer van de slootwallen en van alles.” Het is iets waar vooral haar man Jan mee bezig was. Maar die overleed drie-en-een-half jaar geleden. Dus heeft Hanneke dit opgepakt.
Het gaat haar niet alleen om geld: “Ik hoop vooral ook dat het collectief hier (Westergo, red.) wat meer begeleiding kan geven. Bijvoorbeeld met de weidegang. Wat is nu handig waar je de koeien houdt en in welke volgorde? En natuurlijk een vergoeding voor de extra kosten die je stiekem toch maakt.”
Zij zit nog niet in het gebied waar deze vorm van agrarisch natuurbeheer wordt gesteund. “Maar daar wordt aan gewerkt”, zegt Jellema. Het collectief wil haar er graag bij hebben. Vorig jaar was zij nog een van de winnaars van de Boerenvogellandprijs van BoerenenNatuur Fryslân. En dat terwijl zij een modelvliegtuigclub als buren heeft. In Kollumerpomp boert akkerbouwer en kippenhouder Jan van der Ploeg. Hij doet al aan agrarisch natuurbeheer.
“We hebben vooral vogelakkers en akkerranden. We zijn de laatste jaren veel bezig met ruwe mest en we laten groenbemesters staan. Daar profiteren de vogels van.” Maar hij hoopt nu op meer: “Als er wat meer ruimte in een ANLB komt, wil ik nog wel wat meer vogelakker hebben. Dat hebben wij eerder ook wel gedaan, maar dat is nu wat minder omdat het in de regelgeving niet meer zo goed paste. Nu lijkt het een beetje bijgeschaafd te worden.”
Deelneming aan agrarisch natuurbeheer is vrijwillig, maar de natuurdoelen zijn dat niet. Een boer die meedoet, gaat dus ook echt verplichtingen aan. In dat kader zijn de uitkomsten ook interessant van een evaluatie van het agrarisch natuurbeheer door de Wageningen Universiteit. Die worden dit voorjaar verwacht.